Airport school
Samen met Martinde heb ik de extra Engelse les gegeven op de airport school, een openbare school. Dagelijks vertrekken ik en Martinde om een uur of 11 met de taxi richting het schooltje. Het schooltje ligt in een klein dorpje op een heuvel aan de achterkant van het vliegveld. Cross Borders heeft mountainbikes ter beschikking gesteld maar hier maken wij geen gebruik van. De combinatie van het klimaat in juli en augustus met de grote hoeveelheid uitlaatgassen die rondom de grote wegen in Kathmandu hangt maakt het niet fijn om twee keer per dag 45 minuten heen en weer te fietsen.
Op ons schooltje verzorgen wij het vak “extra English”. De kinderen hebben ook “Government English”, dit vak behandelt alles wat de kinderen voor hun examen moeten weten. Hierdoor zijn Martinde en ik vrij om te doen wat we willen en wat ons nuttig lijkt.
Als eerste geef ik 50 minuten Engelse les aan klas 1, de aller kleinsten van de school. Deze kinderen zouden in Nederland spelenderwijs leren met veel pedagogisch verantwoord speelgoed. Dat kan je in Nepal vergeten. Hier moeten ook de kinderen van klas 1 gewoon van 9 tot 4 in de schoolbanken zitten. De leraressen doen ook niet veel met de kinderen. Ik heb verhalen gehoord van een leraren die de klas binnenkomen, op het bord 1 2 3 4 5 ... 500 schrijven en de kinderen de opdracht geeft de ontbrekende getallen op te schrijven. Ja... Daar ben je wel een middagje zoet mee, maar wat leer je ervan? Niet veel.
Ik heb de kinderen van klas 1 de verschillende lichaamsdelen in het Engels geleerd. Om de beurt roep ik de kinderen naar voren, als ik dan een neus pak roept de hele klas “NOOOS” en bij een vinger “ PIENGER!”. Wat de Chinenezen met R & L hebben, hebben Nepalies met P & F. Ach... je went er wel aan! Na tien weken lesgeven (waarvan de kinderen ook veel weken vakantie hadden) kennen de meeste kinderen in klas 1 de namen van 16 lichaamsdelen, het verschil tussen links-rechts, hard-zacht, snel-langzaam, 6 kleuren en een paar dierennamen. Niet slecht voor een klasje dat bij het begin van Bart en Marieken in maart nog niet eens het alfabet wist. Het niveauverschil is in deze klas erg groot. Er is bijvoorbeeld een jongetje die ik makkelijk voor de klas kan zetten en zijn rechtervoet en linkeroog kan laten aanwijzen. Als het nodig is kan hij je zelfs nog vertellen wat voor kleur zijn ogen of slippers zijn. Maar in dezelfde klas zitten ook verschillende kinderen die, als ze wat op het bord moeten aanwijzen, alles maar aantikken (dan zit de goede er wel bij), of al beginnen voor ik ze ook maar iets gevraagd heb. Vaak zijn dat de kleine broertjes of zusjes die meegaan naar school omdat ze anders de hele dag thuis moeten blijven terwijl de ouders aan het werk zijn.
Na 50 minuten gaat de bel, op naar klas 2. Deze klas doe ik samen met Martinde. De kinderen in klas twee verschillen volgens mij van een jaar of 8 tot 12 of nog ouder. Niet de grootste masterminds die Nepal rijk is, zullen we maar zeggen. Na een week kwamen we erachter dat er zelfs kinderen in de klas zaten die het alfabet wel konden opdreunen, maar de letters afzonderlijk niet konden benoemen. “What letter is this?” Een meisje staat twee minuten lang met een schaapachtige blik naar een R te staren en komt pas achter het antwoord als iemand anders in de klas het heeft voorgezegd. Daarom zijn we begonnen de lessen structureler aan te pakken. We gaan ze leren lezen! Stap voor stap gaan we de letters van het alfabet langs, eerste de makkelijke, daarna de moeilijkere letters. Eerst maar beginnen met de medeklinkers die je in een woord op maar één manier kan uitspreken. De aftrap was voor de B en de D (de buh en de duh). Klas twee presteert onverwacht goed. Aan het eind van het uur schrijven we een grote B en D op het bord en laten alle kinderen een voor een naar voren komen. We zeggen een woord en alle kinderen weten de goede beginletter op het bord aan te wijzen, zelfs al waren het woorden die ze nog nooit eerder gehoord hadden. De volgende lesdag hebben we de M, N, J en G weten te behandelen. Ook dit gaat weer erg goed! Joehoe! Eindelijk vooruitgang!
Helaas, een week later, als we een stuk of 15 letters behandeld hebben worden er steeds meer fouten gemaakt. We hadden blijkbaar meer moeten herhalen. We zijn nog een tijd door gegaan met dit systeem. Nu schrijven we 9 woorden op het bord, met drie verschillende eerste letters en drie verschillende laatste letters. De meeste kinderen snappen nu dat ze voor deze opdracht naar de begin- en eindklank moeten luisteren. Ze presteren steeds beter. Verder hebben we ook klas twee de lichaamsdelen weten te leren, het verschil tussen links en recht en dezelfde kleuren als klas 1.
Weer gaat de bel na 50 minuten. Tijd voor een koud colaatje bij Hori en Didi. Ik zou niet weten wat de echte naam van Didi is, maar volgens mij weet niemand dat. Alle vrouwen heten hier Didi, wat grote zus betekend. Als je iemand naam vergeten bent kan je je altijd redden met Didi (grote zus), Bhoini (kleine zus), Dai (grote broer) en Bhai (kleine broer). Niemand hier die er raar van zal opkijken. Erg makkelijk! Elke dag zitten we een half uurtje bij Hori en Didi voor cola en koekjes. Na een half uurtje horen we de bel weer, rekenen we af (11 roepie voor cola, 8 roepie voor een pak koekjes) en gaan weer naar school.
Klas 4 is aan de beurt om door mij geterroriseerd te worden, terwijl Martinde klas 5 lastig valt. Gelukkig is er op dit schooltje ook nog zoiets als klas 4 en 5. Intelligent leven is gearriveerd. Ik heb deze klas geleerd om in het Engels klok te kijken (wat eigenlijk nog best lastig is), maar ze snappen het redelijk. Ook vervoegingen van “to be” en “to have”, bezittelijke voornaamwoorden en aanwijzende voornaamwoorden zijn door het grootste gedeelte van de klas gesnapt en opgeslagen. Een paar van mijn laaste dagen heb ik gebruikt om de vervoegingen van werkwoorden uit te leggen. Eerst maar eens beginnen met tegenwoordige tijd en simpele verleden tijd. Het gaat trager dan verwacht, dat wordt een mooie klus voor de nieuwe vrijwilligers. Klas 4 is een erg leuke klas. Het zijn allemaal schatjes en ze zijn allemaal even leergierig. Je kan er echt wat mee.
Om twee uur zijn we klaar en gaan moe terug naar het hotel. Nooit geweten dat lesgeven zo uitputtend kan zijn. Lesgeven is topsport! Omdat we bovenop een heuvel zitten, in een erg afgelegen deel van de stad moeten we regelmatig naar beneden lopen, voor we een taxi tegenkomen die ons tegen een redelijke prijs naar Thamel wil rijden. Ach, het uitzicht is mooi, de lucht schoon, mij hoor je niet klagen. Het werk op het schooltje vond ik zwaarder dan verwacht, maar als je ziet dat de kinderen vooruitgang boeken is dat het echt allemaal waard. Er moet nog veel gebeuren voor ze op een goed niveau zitten, maar het begin is er in ieder geval!
Rens Pothuizen
May 2005, Kathmandu
Go to Vrijwilligers ervaringen | back to top
|