Cross Borders...cross your own border
Neatherland Flag Nepal Flag
» Home » Vrijwilligers ervaringen
Apply Veelgestelde vragen Contact ons Site map Stichting veldwerk
  Stichting Veldwerk
   Hamro Gaun
   Het Contact Centrum
   Job Training, Pokhara
   Vraag en aanbod
  Cross Borders
   Voorbereiding en support
   Werkplekken in Kathmandu
   Accommodatie in Kathmandu
   Werkplekken buiten KTM
   Inhoud trip naar Nepal
   Wat zijn de kosten?
   Voorwaarden deelname
   De inschrijving
   Als vrijwilliger betalen?
   Veelgestelde vragen
  Vrijwilligers ervaringen
  Geld bespaar tips
  Laatste nieuws & Links


Website By:

Pokhara

FIRST IMPRESSIONS
Na een hoop gedoe met het stopcontact wat nauwelijks werkt op deze hotelkamer in Kathmandu, zit ik dan toch eindelijk te typen. Even alleen, dat is wel heerlijk moet ik zeggen. Het is even wennen om de hele dag met een groep van 14 lui op te trekken in een ongelooflijk drukke stad waar iedereen in beweging is en je knetter wordt van het getoeter van auto’s, brommers en motors. Kathamandu is een en al ‘levendigheid’ (hoewel ik begrijp dat de steden in India nog veel erger zijn) en iedereen beweegt zich kris kras door elkaar heen. Riksja’s, auto’s, wandelaars, fietsers, brommers, auto’s, honden: ze slingeren langs en om elkaar heen, in beide richtingen. Zo goed als het kan, probeer je je daar een weg door te banen. Dat lukt vrij goed, mits je niet teveel wordt afgeleid door iemand die iets aan je wil verkopen of door een klein jongetje die je een tekening aanbiedt tegen wat geld. Je ogen en oren kun je hier eigenlijk geen moment uitschakelen en dat is voor mij –die normaliter wat dromend op straat kan lopen – wel iets om rekening mee te houden. Je ziet hier mensen lopen met mondkapjes op om zich te beschermen tegen stof, uitlaatgassen en andere vage (wierook) luchtjes. Ik moet eerlijk zeggen dat ik blij ben dat ik straks in Pokhara aan de slag kan gaan. Ik verlang nu al naar de frisse berglucht. Maar evengoed is het een belevenis om in deze stad te zijn.

Wat lastig is, zijn de kleine kinderen die je op straat ziet bedelen. Gisteravond na het avondeten, liep ik met Annelies terug naar het hotel en op een gegeven moment voegde zich een klein jochie bij ons die mij vroeg om een ‘biscuit’. Ik ben hiervoor ‘gewaarschuwd’ dus ik keek hem aan zei ‘I’m sorry, no’ (Nepalees ben ik vandaag aan het leren, maar daarover straks meer). Maar hij was enorm vasthoudend: ‘Please miss, please’, en hij bleef naast me lopen. Ik keek hem weer aan en zei ‘I like you, but no’. We zetten onze wandeling voort, maar ik had hem aangekeken en raakte hem vervolgens niet meer kwijt. Op een gegeven moment pakte hij mijn arm vast en smeekte om een biscuit. Tja.. hier ben ik dus (nog) niet tegen bestand en ik liep met hem mee naar een eetstandje. Daar zijn ze het gewend, want voor een zak biscuits vroegen ze 150 roepies (1,70 euro), wat hier echt een bizarre prijs is. Uiteindelijk gaf ik de jongen maar geld, waarna hij wegsprintte en ‘thank you’ nariep. Tja..

Het eten is hier heerlijk. Tot nu toe verdraag ik alles prima. We eten ook op goeie plekken met genoeg keuze. Vanmorgen tijdens het ontbijt zat ik naast Dhinsen, die ons taalles geeft. Ik vroeg hem wat naar het onderwijssysteem in Nepal. Er zijn staatsscholen en boarding (privé) scholen. Dat is op zich een vrij normaal verschijnsel, echter de verschillen in kosten zijn bizar. Voor een staatsschool betaalt een ouder 75 roepies per maand en voor een boarding school is dit 3000-5000 roepies. Het niveau van Engels op een staatsschool is vrij slecht. Dit komt vooral omdat de docenten die daar lesgeven over het algemeen (te) slecht zijn opgeleid en heel weinig betaald krijgen. Het niveau van de leraren op de privé scholen is veel beter en ook het aantal vakken dat daar wordt aangeboden is veel ruimer. Deze extra vakken worden over het algemeen ook in het engels gegeven. Los van deze problematiek (armoedige scholen, niveau docenten) is de lesmethodiek slecht en achterhaald. Dit geldt zowel voor de staatsscholen als de privé scholen. De kinderen leren bijvoorbeeld engels door rijtjes in hun hoofd te stampen en door continue te herhalen. Ze worden niet uitgedaagd te begrijpen wat ze lezen of daar een ‘systeem’ in te ontdekken. Verder zijn er op de middelbare school geen niveau verschillen. Iedereen volgt hetzelfde programma. Kun je dat niet bijhouden (om wat voor reden dan ook) dan heb je pech en blijf je zitten. Klachten zoals dyslexie, of stoornissen zoals autisme, worden niet onderkend en worden op één hoop gegooid met luiheid. Nou ja, ik zal nog wel veel meer leren en ontdekken over het reilen en zeilen op zo’n school, daarover een andere keer verder. De taalles die we vandaag kregen was leuk, maar niet makkelijk. Daar ga ik nog een zware dobber aan hebben. Maar goed, wat kun je ook leren in zo’n korte periode. Laat ik maar een beetje realistisch blijven...


TRAVELING THROUGH NEPAL (first week)
Er is enorm veel te vertellen over de eerste week. Ik zal me moeten beperken, maar ik wil toch wat ervaringen delen. We zijn woensdag in alle vroegte vertrokken naar Barabise. Een plaatsje in de buurt van de Tibetaanse grens. Met de bus. Nou dat was me een belevenis! Ik voelde me niet helemaal op mijn gemak. We zaten met z'n allen op het dak van een bomvolle bus die hevig schommelde vanwege de hobbelige wegen. Onderweg word je geconfronteerd met veel contrasten. We reden door heel arme bergdorpjes, waar mensen nagenoeg in krotten leven. Half aangeklede kindertjes die op straat lopen maar heel uitgelaten naar je zwaaien als je daar boven op die bus doorheen rijdt. Maar het landschap werd alsmaar mooier. Waar we eerst nog door Kathmandu reden, kwamen we via de Kathmandu vallei (o.a. het bekende middeleeuwse Baktaphur) in de bergen terecht. Prachtig! In Barbadise aangekomen hebben we een erg mooie (lange) bergwandeling gemaakt. We liepen langs kleine huisjes waar de geiten en kippen door elkaar lopen en waar met wat geluk ook een koe wordt gehouden. Een koe is een kostbaar bezit voor een familie, los van het feit dat het in het Hindoeisme een heilig dier is. Ook liepen we door de rijstvelden waar voornamelijk veel vrouwen aan het werk waren. Onderweg dronken we thee bij een Nepalees gezin waar een grootmoeder, moeder en haar drie kinderen wonen. Tijdens de wandeling liet Rene ons ook nog een huisje zien dat hij recent had gekocht met als doel daar een naaiatelier van te maken om vrouwen uit de laagste kaste een kans te geven wat geld te verdienen om een zelfstandig bestaan op te bouwen.

Donderdag zijn we naar de Tibetaanse grens gereden. We zijn niet verder gekomen dan de grens, maar dat blijkt achteraf ook de bedoeling te zijn geweest. De Chinese grenspost wordt overigens zeer streng bewaakt. Op de brug van Nepal naar Tibet (China) worden er allerlei goederen te koop aangeboden... Zo was er ook een heel jonge moeder (schat haar niet ouder dan 16) die ons haar baby toonde. Het leek werkelijk alsof ze ons haar baby wilde verkopen. Ze dwong haar kindje lief te kijken en te lachen. Dat deed ze o.a. door het een paar klappen te geven op de wang. Ik ken de cultuur nog niet genoeg om te kunnen beoordelen wat dit precies inhoudt, maar het zag er niet goed uit.

Veel contrasten zei ik al. Zo ook gister. We hebben geraft op een geweldige wildstromende rivier. Gaaf! Eerst door prachtige natuur, alles was mooi en zuiver om ons heen. Je vergat waar je was. Aan het einde van de rit kwamen we bij een stadje. Wat een vuil in en langs de oevers van de rivier, een stank, dat wil je niet weten (ruiken). Krotten van huizen en wederom veel kinderen die enthousiast naar ons zwaaien. Maar op zo'n moment voelt het echt niet goed om je als rijke westerling te vermaken tussen zoveel schrijnende armoede.

Morgen vertrekken we in alle vroegte naar Pokhara. Daar gaan we eerst nog een paar dagen 'sightseeing' doen en halverwege volgende week hoop ik te komen waar ik verwacht word en waar ik dan vrij snel aan de slag zal gaan. Tot een volgende keer!


POKHARA: HERE WE ARE!
Pokhara is een wat rustiger stad dan Kathmandu al is het hier ook één en al bedrijvigheid in de straten. De plek waar wij zijn gestationeerd (het moutain house) ligt in een leuke, maar wel toeristische wijk van Pokhara: de lake side. Jawel, het ligt dus vlakbij een schitterende meer, met de naam Phewa Lake. De eerste avond aten we in een heel leuk restaurantje pal aan het meer. Het eten is hier overigens heerlijk. In Pokhara kun je ook ‘westers’ eten maar regelmatig eten we het bekende Nepalese gerecht ‘Dal Baath’ (rijst met linzensaus). Wat er bij de Dal Baath wordt geserveerd, is best afwisselend. Het hangt er wel een beetje van af waar je het eet, maar hier in ons hostel (het Mountain House) is het helemaal top. Als ontbijt at ik hier de afgelopen paar keren een pannenkoek en een bak porridge met banaan (havermout). Heerlijk! En als we niet in het Mountain House eten dan is er echt keuze genoeg om op andere plekken te eten voor heel weinig geld (een hoofdgerecht kost hier rond de 2 euro)!

Afgelopen maandag proefden we wat van het boerenleven in Nepal. We hebben een prachtige (lange) wandeling gemaakt naar Astam, de plek waar drie van ons gaan werken. De ochtend begon met een prachtige zonsopgang (echt waar? -;) die we vanaf een mooi uitzichtpunt konden bewonderen. We moesten er wel om 5 uur voor opstaan, maar dan heb je ook wat! Daarna startten we onze wandeling richting het bergdorpje Astam. De natuur is echt schitterend! Prachtige uitzichten op valleien van rijstvelden en boerenland. Vanuit Pokhara kun je de sneeuwtoppen van de Himalaya van een afstandje al bewonderen en tijdens onze wandeling kwamen ze steeds beter in beeld (de fishtail bijvoorbeeld). We liepen door piepkleine dorpjes waar de tijd voor je gevoel echt heeft stilgestaan. Onderweg komen we regelmatig vrouwen tegen die zwaarbepakt met rijstzakken en balen stro over de bergpaadjes lopen. Ja, de vrouwen doen hier het echte werk. Ook komen we veel (school) kinderen tegen die ons enthousiast begroeten (namaste) en daarbij hun handen vouwen en tegen hun borst aanhouden als teken van respect. Namaste is de standaard begroeting en betekent letterlijk iets van ‘ik buig voor de God in jou.’ Veel kinderen die ons begroeten vinden het helemaal te gek als je een foto van ze maakt. Ondertussen zijn ze bekend met de digitale camera, en willen ze de foto ook gelijk zien. Ze vliegen dan met z’n allen op je af en lachen zich een breuk als ze zichzelf zien. Er wordt ook veel gebedeld door kinderen. Hier in Pokhara op de straat en ook in de bergdorpjes. Ze vragen om geld of vragen je om een papiertje te lezen waar een verzoek op staat om hen te sponsoren zodat ze naar school kunnen of om hun familie te ondersteunen. Het wordt ons door René sterk afgeraden geld te geven. Als we uiteindelijk om vier uur ’s middags in Astam aankomen, bezoeken we de schooltjes waar de anderen gaan werken. Het is hier heel anders dan de stad Pokhara. Je bevindt je hier echt tussen de plattelandsbevolking (bergbevolking is een beter woord (-;) van Nepal waar het ritme veel langzamer gaat. ’s Nachts slapen we in een huisje van de hoofdmeester van een van de schooltjes, met z’n allen op de zolderkamer.

By the way, terwijl ik dit aan het typen ben, loopt er een salamandertje tegen de muur naast mijn bed. Zolang die maar niet tussen mijn lakens kruipt vind ik alles best.

Dinsdagmiddag heb ik de twee plekken bezocht waar ik ga werken. Ben echt enthousiast! Het Tibetaanse schooltje is leuk. We (Jacinta en ik) werden uitbundig begroet door de kinderen daar en de kennismaking met de schoolmeester (de principal) en zijn vrouw was goed. Er zitten zo’n 100 kinderen op deze school, waarvan er een aantal ook woont. Op de bovenverdieping staan stapelbedden waar plek is voor zo’n 30 kinderen. De schoolkinderen zijn dus van Tibetaanse afkomst. Hun ouders of grootouders zijn gevlucht uit Tibet (vanwege de inlijving door China: een grote stroom eind 50-er jaren en in de 6o-er jaren) om een bestaan op te bouwen in Nepal, waar ze hun eigen identiteit beter kunnen behouden. In de kamer van de directeur hangt een grote foto van de Dalai Lama. Ik moet zeggen dat ik het wel even een verademing vond om in plaats van alle toeters en bellen en afbeeldingen van Hindoeïstische goden een 'kale' school te zien waar alleen een foto van de Dalai Lama hangt. Het is ongelooflijk wat een afbeeldingen van hun 1000den goden (hindoeïsme dus) ze hier in Nepal kennen. Zelfs de bussen zijn (van binnen en soms van buiten) ‘versierd’ met plaatjes van hun goden. Het Christendom schijnt hier overigens flink te groeien afgelopen jaren! Binnenkort hoop ik hier een Nederlands echtpaar te ontmoeten die betrokken is bij kerkelijk werk in Nepal.

Na het bezoek aan de school zijn we in 'Namaste childrens house' geweest. Hier wonen kinderen die van de straat geplukt zijn. Hen wordt op deze manier een toekomst geboden. Zo gaaf om te zien hoe goed de kinderen het hier hebben en hoe er hier voor hen gezorgd wordt. Op de muur hangt een uitspraak van Ghandi: ‘Childhood is the foundation stone upon which stands the whole life structure. The seed sown in childhood blossoms into the tree of life.’ Ik kreeg tranen in mijn ogen toen ik daar rondliep. Ook het feit dat hier maar plek is voor relatief gezien zo weinig kinderen. Er moeten harde keuzes worden gemaakt wie wel en wie niet, dat maakt het ook schrijnend. Ook hoorde ik dat er recent 2 kinderen zijn weggelopen. De straat lokte weer. Het is als een verslaving, hun oude leven trekt weer, terwijl ze het daar goed hebben. Als je verder geïnteresseerd bent in dit kindertehuis kun je hun website bekijken: www.orphanagenepal.org (zie link op deze site). Er is daar ook een filmpje te downloaden. De kinderen die in dit huis wonen gaan overdag naar school. Het is de bedoeling dat wij ze na schooltijd wat gaan helpen met hun huiswerk, en gewoon om spelletjes met ze te spelen of een potje te voetballen. Een mooie uitspraak over vrijwilligerswerk (die ik las in de informatie map die wij als volunteers kregen) is deze: ‘if you have come to help me, you can go home again. But if you see my struggle as part of your own survival, then perhaps we can work together.’ Een mooie uitspraak vind ik, omdat het iets aangeeft van wederzijdse beïnvloeding dat vrijwilligerswerk met zich meedraagt.


FIRST DAYS IN SCHOOL
Maandagochtend hebben we onze vuurdoop op school ondergaan. Van Yeshi, het schoolhoofd, ontvingen we ons rooster. Ik geef les aan klassen 2, 3 en 5 en aan upper-kindergarden. De leeftijden van de kinderen lopen erg door elkaar heen. Er zijn bijvoorbeeld oudere kinderen (12, 13 jaar) die qua niveau enorm achterliggen omdat ze pas een paar jaar naar school gaan. In de upper-kindergarden klas zit een meisje van een jaar of 12 die pas vorig jaar begonnen is met school. Zij is een sherpa kind (bevolkingsgroep uit de himalaya) die tot haar 11e nog nooit een school van binnen had gezien. Het is echt een beetje uitzoeken op welk niveau de verschillende klassen zitten. De eerste dagen ben ik maar wat aan het improviseren. Zodra de diverse niveau’s helderder zijn kan ik een soort van lesprogramma in elkaar zetten. Na twee dagen is me al wel duidelijk dat ik me ga concentreren op begrijpend lezen en conversatie. Vanaf klas 2 kunnen ze namelijk best al wel lezen, maar wat ze lezen snappen ze maar nauwelijks. Zoals ik eerder al noemde is de methodiek die veel Nepalese scholen hanteren gericht op herhaling: het opdreunen van woorden en zinnen. Zodra een leerling een woord een beetje netjes kan uitspreken en spellen is het oké, maar veelal is er geen enkel begrip van wat hij nu eigenlijk leest of schrijft. Het komt er dus op neer dat we alles zelf moeten uitzoeken. We moeten beoordelen op welk niveau de leerlingen ongeveer zitten en daarop aansluiten met het lesmateriaal. Er zijn wel tekstboeken per klas, maar over het algemeen zijn die echt te hoog gegrepen. Genoeg te doen dus om te komen tot een beetje zinnige invulling van de lessen.

In de pauze aten we mee met de leerlingen: platgeslagen rijst met een soort van bonensaus. Een erg droge hap. Ik denk niet dat ik dat elke dag ga trekken. Afgelopen dagen hebben we tot half drie gewerkt. Daarna zijn we lekker bij het meer gaan zitten om onze ervaringen te delen. Jacinta en ik geven les aan verschillende klassen. Jacinta geeft twee lesuren samen met een Nepalese onderwijzer. In mijn geval sta ik er elk uur alleen voor. Dat vind ik op zich niet erg, alleen met de kleintjes (upper kindergarden) is het lastig omdat we elkaar simpelweg niet verstaan. Zij spreken nauwelijks Engels en ik spreek geen Nepalees. Dit zal ik met het schoolhoofd gaan bespreken.

Om een uurtje of vijf gaan we dan naar het 'Namaste Children's House'. Daar spelen we wat met de kinderen en om half 6 tot 7 helpen we mee met huiswerkbegeleiding. Hier kunnen ze ons prima bij gebruiken! Ik heb vandaag veel lol gehad met een jochie die me vroeg om te helpen met match (rekenen). Een ongelooflijke wijsneus en grappemaker. Hij heet Sajan. Morgen hoop ik hem weer te zien. Hij kan ook erg toneelspelen. Toen ik om 7 uur zei dat ik naar 'huis' ging om te eten in plaats van daar met hen mee te eten (wat ik overigens binnenkort zeker een keer ga doen) ging hij heel dramatisch doen. Ik moest er erg om lachen. Verder is er ook een meisje die ik gister en vandaag geholpen heb met haar Engels. Ook een voorbeeld van iemand die geen hout snapt van van er in haar tekstboek staat, terwijl ze best ingewikkelde grammaticale opdrachten moet uitvoeren. Daar heb ik haar bij geholpen maar het is frustrerend om te ontdekken dat, als ik haar probeer uit te leggen 'waarom', ze volledig 'weg' is.

Morgen weer een dag!


LIFE IN NEPAL!
We zijn nu ruim drie weken ‘ingeburgerd’. Nou ja, we proberen ons naar behoren te gedragen en zoveel mogelijk op te gaan in het Nepalese leven van elke dag. Het liefst willen we niet al te zichtbaar ‘toerist’ zijn. Dit uit zich in dingen als het niet meer willen dragen van mijn Teva’s (te westerse opzichtelijke trekkers outfit) en het overwegen om een neuspiercing te nemen. Voor het laatste ben ik werkelijk al op pad geweest. Jacinta kan ervan getuigen dat ik me heb laten informeren in een ‘tattoo’ shop waar dit soort zaken tegen een redelijk prijsje worden uitgevoerd. Toch (nog) maar niet gedaan. Helemaal uit de lucht vallen komt dit overigens niet, ik heb een paar jaar geleden eens met een, weliswaar piepkleine, neppiercing rondgelopen.

Wel heb ik een Nepalese broek laten maken. Je kunt hier je kleding zelf laten maken. Dat is wel handig omdat de meeste broeken te klein zijn of heel ‘baggy’ gedragen worden. Ik heb een leuke broek laten maken, die echt heerlijk zit. Ik denk dat er nog wel één volgt. Het kostte me slechts 300 roepies: ruim 3 euro!

Elke ochtend fietsen we naar school. Dat is een ware overlevingstocht. Lakeside, de plek waar ons hostel is, kenmerkt zich als een redelijk rustige en toeristische wijk, maar zodra we lakeside verlaten bevinden we ons per direct in de chaos van het Nepalese stadsleven. We fietsen (let op: aan de linkerkant) tussen de taxi’s, bussen, trucks, motors, scooters en koeien door in de hoop ongedeerd op school te arriveren. Los van het feit dat een niet geheel ongevaarlijke onderneming is, worden ook de huid en luchtwegen niet gespaard. Uitlaatgassen en stofwolken vermengen zich met andere onfrisse geurtjes (van o.a. vuurtjes om afval te verbranden; hout, plastic, gewoon alles door elkaar)wat het fietsen niet persé tot een gezonde bezigheid maakt. Bovendien is de weg vol met -soms diepe- gaten, waardoor je goed moet opletten om te voorkomen dat je een slagband krijgt of simpelweg over de kop slaat. Ook wordt er continu getoeterd. De oorzaak heeft niets te maken met het feit dat er twee Hollandse 'meiden’ voorbijkomen, waaronder één hoogblonde, maar met de gewoonte dat elke bus, taxi of scooter (wie maar een bel heeft) luid en duidelijk aankondigt dat hij in aantocht is. Het geluid is soms erg hoog en erg doordringend en bij vlagen wekt het bij mij enorme irritatie op. Op onze route naar school passeren we ook nog eens twee ongelooflijk drukke kruipunten (soort rotondes). Hier is het echt opletten geblazen. Er zijn nauwelijks verkeersregels, dus iedereen doet maar wat. Wie er het eerst is eist de voorrang op, ongeacht het voertuig waarmee hij zich verplaatst. Dit, gecombineerd met het eindeloze getoeter, geeft je het gevoel in een complete chaos beland te zijn.

Na een minuut of 25 (we moeten ook nog eens een stuk ‘klimmen’) komen we tamelijk bezweet op school aan, waar we net op tijd zijn voor het ‘ochtendgebed’ dat de schoolkindjes elke ochtend voor de lessen heel gedisciplineerd opdreunen (onderaan dit bericht de tekst). Na dit ‘ritueel’ lopen alle kinderen netjes in rijtjes met de handen op de rug naar de diverse klaslokalen. Als je dan vervolgens 5 minuten later (10.00 uur) het klaslokaal inkomt, wordt je luid -in koor- begroet met ‘good morning miss!’ De klas gaat daarbij staan en iedereen blijft staan, totdat jij als lerares gebaart dat ze mogen gaan zitten. Op dit gebaar wordt door de klas dan vervolgens gereageerd met ‘thank you miss!’, waarna de les kan beginnen. Na de les, als de gong geluid heeft, gaat de klas weer staan en doet je uitgeleide met ‘thank you miss, see you tomorrow miss’. Dit ritueel herhaalt zich elk lesuur. Ik begin er aan te wennen en ik houd het maar gewoon in stand ;-)

Afgelopen week was Stan jarig. Stan is de eigenaar van ‘the mouintain house’, het hostel waar ik verblijf. We eten hier elke avond rond 7 uur Dal Baath (het bekende rijstgerecht dat de Nepalezen zelf ook ’s morgens eten). Toen we na ons werk bij het Namaste Children’s House thuiskwamen, stond op ons een extra feestelijk maal te wachten. Bij binnenkomst in de keuken kregen we gelijk een Tika op onze voorhoofden gedrukt. Een Tika (rode stip) is een hindoeïstisch teken dat als ‘zegen’ wordt meegegeven. Het betekent geluk en voorspoed; je draagt dan als het ware de zegen van (een) God met je mee. De Tika werd uitgedeeld door de vader van Stan, die speciaal voor deze gelegenheid aanwezig was. Ik liet het me maar ten deel vallen: een stukje cultuur die op zich best iets moois in zich draagt.

Een gewoonte die ik bijzonder ben gaan waarderen is het drinken van Nepalese thee. Dé manier om hier je thee te drinken is met melk en (veel) suiker. Ik gebruik normaliter nooit suiker, maar ‘melkthee’ is echt veel beter met suiker. Meestal heb je ook geen keuze, je krijgt het zo geserveerd. De eerst keer vond ik het maar niets, maar nu vind ik het echt lekker en bestel het regelmatig als ik ’s middags na school aan het meer zit te relaxen en mijn lessen voor de volgende dag aan het voorbereiden ben. Wat hier ook veel gedronken wordt is ‘Lassi’. Dat is een soort yoghurt melk, die je in verschillende smaken kunt drinken. Bananen Lassi is mijn favoriet; een soort van bananen milkshake maar dan gezonder :-)

Een minder aangename Nepalese gewoonte is het rochelen. Mannen en vrouwen rochelen wat af, waarna ze hun klodders op straat lozen. Een vies gezicht. Daar raak ik nog niet aan gewend. Maar het hoort er hier gewoon bij. Iedereen doet er aan mee, onafhankelijk van zijn positie of kaste.

Tot zover nu mijn ervaringen met de Nepalese cultuur!


GOOD TO BE HERE!
Afgelopen week realiseerde ik me dat mijn ‘zijn’ hier, mijn leven hier, best al vertrouwd is geworden. Ik fietste terug van de het Namaste Children’s House en alles leek heel eigen; de weg die ik fietste en de plek waar ik werd verwacht, het voelde echt als mijn ‘thuis’. Ik leef hier nu en ben deel geworden van deze werkelijkheid. Een ontdekking maar ook weer niet zo gek. Wat meespeelde was dat ik die avond enorm genoten had van het werken in Namaste. Het voelde gewoon goed om daar te zijn. Ik was er blijven eten en had na het eten lekker gedold met wat kinderen daar. Op dat moment voelde ik me er echt thuis en voelde mijn zijn daar heel natuurlijk. Maar er zijn ook wel momenten dat ik het heel anders ervaar. Dat heb ik vooral als ik ’s morgens naar school fiets. Alles om me heen is zo chaotisch dat ik het soms als een soort van film ervaar, waar ik van een afstand naar kijk. Dan lijkt alles heel onwerkelijk, de mensen en het leven hier. En kan ik me mateloos irriteren aan alle uitlaatgassen en viezigheid om me heen. Eerlijk gezegd, wat dat laatste betreft denk ik niet dat ik hier ‘echt’ zou kunnen wonen. Maar ik geniet enorm van het contact met de kinderen (vooral bij Namaste) en het lesgeven vind ik heel leuk om te doen. Ik zit echt in mijn rol, vooral als ik een verhaal aan het voorlezen ben en de kinderen probeer mee te nemen in de wereld van het verhaal. Ik ervaar het als een uitdaging om ze in korte tijd zoveel mogelijk mee te geven. Ondertussen heb ik in alle klassen een test gegeven, zodat ik wat meer duidelijkheid heb over de verschillende niveaus van de kinderen. Daar kan ik dan een beetje op proberen in te spelen. Verder doe ik wat rollenspelletjes met ze om het converseren te oefenen en wat ik ook veel doe is associëren. Ik schrijf een woord op het bord waar ze dan zoveel mogelijk bij moeten bedenken: eerst woorden, waar ze dan vervolgens zinnen van moeten maken en dat uiteindelijk in een verhaaltje moeten verwerken. Maar dat laatste is alleen mogelijk met de oudste groep (klas 5). Ik heb er wel plezier in. Behalve dan met de kleintjes (upper kindergarden) waar overigens ook een paar grotere kinderen in zitten die nog maar kort op school zitten. Daar moet ik echt een soort van bezigheidstherapie voor bedenken. Dat gaat me niet makkelijk af en de bel (na 40 minuten) ervaar ik dan ook echt als een bevrijding! Ik moet die lessen gewoon ook beter voorbereiden. Vorige week ben ik één lesuur met ze wezen vouwen met vouwblaadjes en dan maar proberen tegelijkertijd hun woordenschat wat te verbeteren. Oef..

Ik wil dit verslag eindigen door iets met jullie te delen van wat ik deze week meemaakte bij Namaste Children’s House. Zoals je weet help ik de kinderen daar met hun huiswerk. Meestal ben ik er tussen 17.00 – 19.00. Ik hielp een meisje met haar engels en in het tekstboek dat ze voor zich had stond het gedicht (auteur is overigens onbekend) "we shall overcome". Dat is ook op melodie gezet en ik begon het te neuriën. Voor ik het wist waren we met z'n drieën aan het zingen en schaarden zich steeds meer kinderen om ons heen. Dat was een bijzonder moment om met deze kinderen (die een veelal wees zijn en uit heel moeilijke omstandigheden komen) dit lied te zingen: 'We shall overcome (2x), we shall overcome some day. Yes deep in my heart I do believe, that we shall overcome some day.' 2e couplet: 'We walk hand in hand (2x), we walk hand in hand some day. Yes deep in my heart I do believe, that we shall overcome some day. 3e couplet: we are not afraid (2x), we are not afraid today. Yes deep in my heart I do believe, that we shall overcome some day!


Marjanne Lam , October 2006

Go to Vrijwilligers ervaringen  |  back to top

Cross Borders | Werkplekken | Vrijwilligers ervaringen | De Kosten | Apply | Veelgestelde vragen | Contact ons | Site map
  © Copyright 2004-2006 Cross Borders. All Rights Reserved.                                                                 Website developed by Dikesh Joshi, DAJWORLD.com.np